Kijk ze eens staan deze gerimpelde oude vrouwtjes. Ze brengen godinnen voort. Herfstgodinnen. Ze heten ‘Herfsttijlozen’. Ik kreeg ze van een vriend, N. Met poëtische instructie hoe ze te verzorgen:

Herfsttijloos

‘Ze rekken loom zich uit hun bollen uit

tot lila bloei ontwakend in het licht en

vlijen zich in bochten voor het venster.

Geen vocht, geen aarde vraagt dit wonder

van de herfst – godinnen rijzen zomaar

naakt en bladloos uit hun bloemschelp op’.

uit: T. van Deel ‘Herfsttijloos’

Niets is echt heel moeilijk.

Ze vragen dus om niets, deze godinnen. Geen water, geen aarde. Zij voeden zich zelf, vanuit de bron, de oude moederbol.

Ik geef ze enkel aandacht. Ze staan er nu bijna twee weken. Elke dag kijk ik of ik al een glimp kan opvangen van de geboorte van een godin.

Niets doen. Laten voor wat het is, vind ik heel moeilijk. Ik zorg graag, help graag, moedig aan. Ik reageer snel op impulsen uit de buitenwereld. Nieuwsgierig en onderzoekend, verbind ik graag zaken aan elkaar. Misschien dat ik daarom zo van het internet houd. Het is een medium waar je je snel kunt voortbewegen.

Geschrokken.

Een andere vriend van mij, vindt mij een beetje griezelig. Opeens duik ik overal op. Op facebook, instagram, twitter, linkedin. Ik reageer op zijn post, deel artikelen. Uit sympathie. Hij vindt het opdringerig. Hij heeft hier helemaal niet om gevraagd. Hij is van mij geschrokken. Ik wil het graag goed maken. Maar dat gaat niet. De deur is dicht. Ik mag niet dichterbij komen.

Ik kan niets doen.

Zen

N. die mij de godinnen schonk, is een zen – vriend. De dingen die hij doet, doet hij met veel zorgvuldigheid en aandacht. Zijn e-mails zijn opgemaakt met een mooi lettertype en zorgvuldig uitgekozen woorden. Meestal zijn het maar een paar regels. Precies genoeg. Hij geeft niet te veel en niet te weinig.

Hij laat het wit tussen de woorden klinken, de leegte spreken.

Lao Zi. Het boek van de Tao

Laatst kreeg ik een brief per post van hem, in een prachtige envelop, met een bijzondere postzegel en op mooi brief papier. De brief begint met deze regels:

‘Minder en minder,

net zolang tot het nietsdoen bereikt is.

En door niets te doen, blijft niets ongedaan.’

uit: Lao Zi. Het boek van de Tao.

Wonderlijke wijsheden die mij worden aangereikt. Mijn hoofd wil het niet begrijpen, maar mijn hart snapt het wel. Zo blijf ik maar aandacht geven aan die wijze herfstgodinnen, die niets meer van mij vragen dan geduldig toe te kijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *