Huidhonger, ik lijd aan huidhonger en gemis aan huisgeluiden.

Het is een mooi woord ‘huidhonger’. Het zegt precies wat het is: mijn huid heeft honger. Mijn huid wil aangeraakt worden. Verlangen naar vingertoppen die mijn huid strelen. Vingers die langs mijn wang strijken. Mijn huid hongert in de nacht het sterkst. Alleen in bed.

Natuurlijk, vrijen is fijn. Ik houd van de vrijerij, ik kan er ook  naar verlangen. Maar meer nog verlang ik naar het stillen van die huidhonger.

Het is honger naar intimiteit, warmte en tederheid.

Zoals je lepeltje – lepeltje kunt liggen met je geliefde, huid aan huid luisterend naar de ademhaling van je lief en hoe deze langzaam verandert in een zacht snurkje en dan zo in slaap vallen…

Huisgeluiden

Zo verlang ik ook naar huisgeluiden. Vooral in de avond. Of op zondagochtend.

Het is zo heerlijk om te liggen soezen op de bank en te luisteren naar de geluiden die het huis produceert. Niet het huis natuurlijk, maar huisgenoten of nuja, eigenlijk beiden.

Gerommel in de keuken, een pan die rammelt, klinkend bestek tegen een bord of in de gootsteen, de vloer die kraakt onder voetstappen, een la die open gaat en ergens zachtjes op de achtergrond gemurmel uit een radio. Je soest een beetje terwijl iemand voor jou een potje staat te koken.

Dit huis is stil als ik op de bank lig te soezen.

Geen zin

Dat aanraken van de huid is ook een soort van doorbreken van een eindeloze ruimte. Dat single bestaan is een soort oceaan. Al helemaal als alleenstaande zonder kinderen. Er is alleen maar open ruimte. Er is geen gezin. Dat geeft veel vrijheid. Maar het is ook wel erg veel ruimte om zelf met zin in te moeten vullen. Ik verlies mij soms in al die vrijheid. Dan is er opeens heel veel – geen zin, nergens in.

Vingers op mijn huid voelen, is ook een aanraking van mijn bestaan. Iemand raakt mij aan, ziet mij, voelt mij, door die aanraking voel ik mij even geborgen in die oceaan van het leven.

Mijn huidhonger doet mij opeens denken aan dat gedicht van Neeltje Maria Min:

Mijn moeder is mijn naam vergeten,

Mijn kind weet nog niet hoe ik heet.

Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,

Laat mijn naam zijn als een keten.

Noem mij, noem mij, spreek mij aan,

O, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

O. Ze was een alleen staande moeder, lees ik op internet. Dan had zij vast een huis vol geluiden, maar misschien had zij ook wel huidhonger toen ze dit schreef…?