Doe mij maar een gifkikker

Daar ergens tussen de lakens, waken en slapen in, gebeurde het. Er sprong een Gifkikker door mijn hoofd.

De dag begon zo monter. Ik stond om 6 uur op. Ik wilde heel veel doen, eigenlijk alles tegelijk. Dat gaat niet. Vervolgens deed ik niets. Tamelijk lang deed ik niets.

‘Je moet gaan wandelen’, zei ik tegen mezelf. ‘Dat is goed voor je, even bewegen. Daar fris je van op.’ Na een half uur uitstellen, maakte ik een wandeling. Ik hoopte natuurlijk onderweg de monterheid terug te vinden.

Even leek het erop. Dus ik wandelde weer huiswaarts. Thuis gekomen, had de monterheid zich al weer verstopt en in plaats daarvan was sufheid in volle glorie aanwezig.

Een dutje dan maar.

Zo lag ik in bed.

Gifkikker!

‘Dat klinkt lekker’, dacht ik bij mezelf. Het bekt zo lekker: ‘gifkikker’

Er klonken allerlei woorden met een -i-

Kik – Likken – Pik – Pittig – Grimmig – tik – venijnig – mikken – klit – fikken – stik – stipt – prikt – gil – giftig – wrikken…..

Die -i- is nog al puntig, kort van stof, en houdt de vaart erin. Die -i- is een beetje ongeduldig en houdt van snelheid. De woorden klinken vaak een tikkeltje gemeen. En met enige regelmaat zit er een scherp puntje aan zo’n woord. Net zoals die –i. er uit ziet.  

De klinkers, die de letter –i– inklemmen ,vaak k’s , zijn de hekkensluiters. Die houden die –i– in bedwang, zodat ie lekker venijnig kan klinken. Wanneer de g-s mee doen geven ze een mooi grimmig sfeertje.

Snel of kort.

Tik, tik, tik. Een klok doet er een seconde over, maar je kan sneller met je vingers tikken.

Iets pikken, dat doe je vlug, in de hoop dat niemand je ziet.

Mikken, gebeurt in een ogenblik en dat ogenblik is zo voorbij.

Zonder blikken of blozen. Dit is ook al in een oogwenk gebeurd.

Klik, duurt zo lang als het klinkt. Wanneer het klikt is het juist aangenaam en hopelijk duurt het dan wat langer.

Een kik is over het algemeen net zo snel weer verdwenen als ie opkomt.

Puntig

Met een scherpe naald kan je zo lekker prikken, of een naadje stikken.

Likken, doe je meestal met het puntje van je tong.

Stift, een puntje om lijntjes mee te trekken.

Vin, loopt taps toe, een kin ook al, die van een heks is zelfs puntig.

onaangenaam

Stik er maar in….

‘Akelige gifkikker!’, sprak zei vinnig, terwijl ze driftig met haar armen begon te zwaaien, flikker toch op!

De sfeer wordt steeds grimmiger

Omhoog

Het uiterlijk van de – i –  geeft een beweging omhoog aan vind je niet?

Lift; je kan er mee naar beneden, maar over het algemeen wordt de lift vaak gebruikt om iets op te tillen.

Pik, nu denk ik echt aan iets dat parmantig omhoog staat.

Melig zeg, gniffelt zij.

Ja dat krijg je als je je verveelt. Dan springt er zomaar een gifkikker in je hoofd. Die gifkikker heeft mooi wel die suffigheid verdreven.

Huidhonger

Huidhonger, ik lijd aan huidhonger en gemis aan huisgeluiden.

Het is een mooi woord ‘huidhonger’. Het zegt precies wat het is: mijn huid heeft honger. Mijn huid wil aangeraakt worden. Verlangen naar vingertoppen die mijn huid strelen. Vingers die langs mijn wang strijken. Mijn huid hongert in de nacht het sterkst. Alleen in bed.

Natuurlijk, vrijen is fijn. Ik houd van de vrijerij, ik kan er ook  naar verlangen. Maar meer nog verlang ik naar het stillen van die huidhonger.

Het is honger naar intimiteit, warmte en tederheid.

Zoals je lepeltje – lepeltje kunt liggen met je geliefde, huid aan huid luisterend naar de ademhaling van je lief en hoe deze langzaam verandert in een zacht snurkje en dan zo in slaap vallen…

Huisgeluiden

Zo verlang ik ook naar huisgeluiden. Vooral in de avond. Of op zondagochtend.

Het is zo heerlijk om te liggen soezen op de bank en te luisteren naar de geluiden die het huis produceert. Niet het huis natuurlijk, maar huisgenoten of nuja, eigenlijk beiden.

Gerommel in de keuken, een pan die rammelt, klinkend bestek tegen een bord of in de gootsteen, de vloer die kraakt onder voetstappen, een la die open gaat en ergens zachtjes op de achtergrond gemurmel uit een radio. Je soest een beetje terwijl iemand voor jou een potje staat te koken.

Dit huis is stil als ik op de bank lig te soezen.

Geen zin

Dat aanraken van de huid is ook een soort van doorbreken van een eindeloze ruimte. Dat single bestaan is een soort oceaan. Al helemaal als alleenstaande zonder kinderen. Er is alleen maar open ruimte. Er is geen gezin. Dat geeft veel vrijheid. Maar het is ook wel erg veel ruimte om zelf met zin in te moeten vullen. Ik verlies mij soms in al die vrijheid. Dan is er opeens heel veel – geen zin, nergens in.

Vingers op mijn huid voelen, is ook een aanraking van mijn bestaan. Iemand raakt mij aan, ziet mij, voelt mij, door die aanraking voel ik mij even geborgen in die oceaan van het leven.

Mijn huidhonger doet mij opeens denken aan dat gedicht van Neeltje Maria Min:

Mijn moeder is mijn naam vergeten,

Mijn kind weet nog niet hoe ik heet.

Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,

Laat mijn naam zijn als een keten.

Noem mij, noem mij, spreek mij aan,

O, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

O. Ze was een alleen staande moeder, lees ik op internet. Dan had zij vast een huis vol geluiden, maar misschien had zij ook wel huidhonger toen ze dit schreef…?

Blauw

Waarom heet dit nu weer ‘een blauwtje’ vraag ik mij af?

Een blauwtje lopen; afgewezen worden. Vaak heeft het een specifieke betekenis, namelijk dat de jongen of het meisje op wie je verliefd bent, je duidelijk laat merken dat hij of zij een relatie niet ziet zitten.

Een blauwtje is hier een verkorting van ‘een blauw scheen’. Wie een blauwtje loopt heeft zijn scheen gestoten en daardoor dus een pijnlijke blauwe plek op zijn been.

Aldus de website van Het Genootschap onze Taal.

Dus dat blauwtje verwijst eigenlijk naar een flinke trap tegen de schenen? Zou deze uitdrukking zijn ontstaan nadat een vrouw een al te opdringerige man van zich heeft af geschopt?

Op internet vind ik geen verwijzingen naar het Engelse ‘feeling blue’ of ‘the blues’. Terwijl al dat blauw verwijst naar melancholie, somberen, en treuren.

Een blauwtje lopen geeft een blauw gevoel, zal ik maar zeggen.

Nee ik heb geen blauwe plekken opgelopen. Misschien was ik wel te opdringerig?

De woorden klinken plotseling. Zo aan het einde van een verlaat genoeglijk ontbijt, terwijl ik dacht dat we een plannetje zouden maken voor de rest van de dag.

‘Ik ben niet verliefd’, zei hij.

Au

Out of the blue klonken deze vier woorden die toch een lijfelijke reactie geven, een scheut van fysieke pijn rond mijn hart, prikkende tranen en iets van verbijstering.

Dus zo voelt blauw.

En laat het nu net vandaag ook nog maandag zijn….

Down to earth

Verheugen, zij kan het te goed. Dat in de toekomst iets herinneren. Zij ziet het al helemaal voor zich. Zij leeft die toekomst herinnering al. O zij verheugt zich zo! Met haar hoofd in de wolken. Omhult door een waas van mijmeringen, beelden, tasten, smaken en vrolijkheid. Zij vergeet even dat dit maar toekomst muziek is. Het is nog geen werkelijkheid, geen heden. Als een vogel zo vrij vliegt zij over het landschap van haar verbeelding, hoog in de lucht.

Dissonant

Maar oei, toekomstmuziek en het heden kunnen onverwacht niet rijmen met elkaar. Plotseling vliegen de dissonanten haar om de oren. Als een aangeschoten vogel tuimelt zij neer op de aarde. Pootjes weer op de grond, een beetje wankel, en met verfomfaaide veren tot de volgende flard toekomst muziek haar weer mee voert in het verheugen.

Ze is een beetje een domme gans. Een ezel is slimmer. Die stoot zich immers niet twee maal aan de zelfde steen.

Misschien moet zij zich meer bekwamen in verkneukelen? Nee, ook niet, dat zijn zo van die binnenpretjes die ook vaak over de toekomst gaan.

Misschien gewoon meer genieten? Ja dat kan zij wel. Dat genieten van die kleine alledaagse dingen.

Hoogmoedig vogeltje, vlieg nu niet al te hoog. Geniet nu maar gewoon van die alledaagse aardse dingen, en maak die ezel maar tot bondgenoot.

Verheugen maakt verlangen wakker

Ik verheug mij… appte ik mijn nieuwe vlam, na zijn voorstel voor een derde date.

‘Verheugen’, wat een typisch woord, dacht ik. In de verte heugen? In de verte herinneren? Een herinnering uit de toekomst? Ik dacht na over verheugen.

Lichamelijk

Is verheugen een soort verlangen?

Nee verlangen is iets anders. Verheugen is lichtvoetiger.

Ik spreek het woord ‘verheugen’ en ‘verlangen’ hard op uit en merk op dat de – a- uit verlangen gelijk de diepte in zakt. De -a- klank resoneert in mijn lichaam naar beneden, langs hart en buik. Verlangen voelt fysieker en dieper dan verheugen.

De -eu- klank blijft in mijn mond resoneren. Verheugen komt uit het hoofd, uit mijn denken, uit mijn geheugen. Verlangen komt uit andere diepten en is lichamelijker. Verlangen kent vele vormen en variaties: vluchtige, ernstige, hartstochtelijke, intense, pijnlijke en liedjes van….

Verheugen is vrij simpel, vrolijk en blij.

Toekomst muziek

Ik vraag me af hoe je verheugen in het Engels zegt. ‘Looking forward’. Niet dat mijn ‘Engels zo goed is, en mogelijk zijn er talrijke opties om dit verheugen in het Engels uit te drukken, zo rijk is mijn Engelse vocabulaire niet, maar deze vertaling is wel grappig: Looking forward, – vooruit kijken.

Zowel -looking forward to it-  als -verheugen op- zijn nog een beetje formeel, nog een beetje terughoudend en gaan over iets dat verder op ligt, je kijkt vooruit. Je kijkt er naar uit.    

Misschien zie je al plaatjes in je hoofd van hoe het er uit gaat zien, of hoe het smaakt, ruikt, klinkt, of wat je gaat voelen?  Je vermoedt dat het heel leuk gaat worden, maar ja, je weet het nooit zeker he, met zo’n herinnering uit de toekomst.

Prikkel

Ja, ja zeker, ik zie wel plaatjes van die derde ontmoeting, ook al heeft deze nog niet plaats gevonden. Tamelijk zinnenprikkelende plaatjes wel, moet ik bekennen.

Zinnenprikkelend, oei, weer zo’n heerlijk woord.

En plots stroomt daar toch een vlaag van verlangen door mijn buik.

Verheugen maakt verlangen wakker.